Financement structurel de la coordination de la recherche translationnelle dans les hôpitaux

Maatregel : Structurele financiering van coördinatiecellen translationeel onderzoek Status : Geïntegreerd Startdatum : 01 januari 2009

De universitaire of gelijkgestelde ziekenhuizen die beschikken over een fundamentele expertise op het vlak van translationeel onderzoek kunnen sinds 1 januari 2009 een beroep doen op een structurele financiering voor de coördinatie van onderzoek. Er wordt in een budget van 1,4 miljoen euro voorzien. Zeven ziekenhuizen die aan de financieringscriteria voldoen krijgen een structurele financiering voor een coördinatiecel voor translationeel onderzoek.
Elke cel bestaat uit een

  1. een arts-coördinator van het translationeel onderzoek in het ziekenhuis,
  2. een VTE secretariaat voor de administratieve en logistieke ondersteuning van de arts-coördinator en
  3. een VTE datamanager als hulp bij het coderen van de gegevens.

In maart 2014 werd een 2-daagse workshop over klinisch onderzoek georganiseerd door het UZ Brussel. Een aantal algemene conclusies werden geformuleerd. Eerst en vooral, is er nood aan meer samenwerking op het vlak van wetenschappelijk onderzoek. Zeker gezien het klein aantal experten in België in sommige domeinen, onder andere in de genetische sequentiering. Er is zoveel te ontwikkelen rond genetisch sequentiering dat concurrentie geen zorg zou mogen zijn. Het zal echter nodig zijn om duidelijk te bepalen wie wat doet.
Deze toename van de samenwerking is een grote uitdaging voor de toekomst, ook voor de industrie. Het project ClinicoBru heeft onder andere als doel het faciliteren van de uitwisseling van informatie tussen Brusselse ziekenhuizen.
Er werd ook een nationale website ontwikkeld voor samenwerking in het kader van klinisch onderzoek, www.clinicaltrials.be. Het kabinet van de Minister van Volksgezondheid werd reeds gecontacteerd betreffende het beheer van deze website. Er werd toen beslist om die toe te vertrouwen aan het FAGG, maar het agentschap argumenteerde dat het extra financiële middelen nodig had voor het ontwikkelen van een software.
Er zijn nog mogelijkheden voor samenwerkingen, onder andere rond het Europees project ERANET. De projectverantwoordelijken van actie 28 gaan akkoord om een netwerk op te richten en te onderhouden voor de uitwisseling van informatie. Dr Jalal Vakili van Institut Bordet stelt voor om zelf dit initiatief op te starten. De leden van dit begeleidingscomité zouden om de beurt belast worden met de coördinatie ervan (afwisseling elk jaar, nog te bevestigen). De eerste overwogen actie is om een nieuwsbrief op te starten waarin informatie over de lopende onderzoeksprojecten, de georganiseerde workshops en andere, gepubliceerd zou worden en verspreid in de groep.

Subjects: