Consultatie om gezondheidsrisico’s te voorkomen

Maatregel 1 : Gratis preventieve gezondheidscheck-up bij de huisarts
Maatregel 2 : Opleiding van artsen inzake het voorkomen van gezondheidsrisico’s

Gratis preventieve gezondheidscheck-up bij de huisarts 

Preventieve gezondheidscheck-ups :

- Totaal en per leeftijdsklasse

- Mannen vs. vrouwen

- Vergelijking tussen gewesten

- Impact

een gratis preventieve gezondheidscheck-up bij de huisarts. Deze preventiemodule werd ingevoerd op 1 april 2011 en is gebaseerd op een checklist, ingevoerd door het Verzekeringscomité op voorstel van de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen, die haar voorstel formuleerde na advies van de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie. Afhankelijk van de internationale aanbevelingen en in functie van de leeftijd omvat de checklist volgende thema’s bevatten:

  • criteria rond levensstijl (voeding, roken, alcohol, lichaamsbeweging, stress);
  • onderzoek van het cardiovasculair systeem;
  • screening (colorectale kanker, baarmoederhals- en borstkanker);
  • vaccinatie (difterie, tetanus, griep, pneumokokken);
  • biologische dosering (bloedsuikerspiegel, creatinine en proteïnurie, cholesterol).

Concreet ontvangt een huisarts die de verzekeringsinstelling meedeelt dat er bij zijn patiënt een GMD een preventiemodule is gestart bovenop de honoraria voor het beheer van het GMD een forfaitair preventiehonorarium van 10 Euro. De nomenclatuurcode werd geschrapt op 1 januari 2016, aangezien het werd geïntegreerd in het GMD.

De opvolging van de preventieve gezondheidscheck-ups bij de huisarts gebeurt op basis van terugbetalingsgegevens van RIZIV voor de periode van 1 april 2011 en beschikbaar tot en met 31 december 2014. Alle gegevens zijn gebaseerd op 1 nomenclatuurcode, nl. ‘Supplement voor de realisatie van de preventiemodule in het kader van het GMD ter gelegenheid van een raadpleging (101032, 101076) of van een bezoek (103132, 103412, 103434)’ (nomenclatuurcode 102395).

Preventieve gezondheidscheck-ups bij de huisarts: totaal en per leeftijdsklasse

Het totaal aantal preventieve gezondheidscheck-ups bij de huisarts in de periode 2011-2014 wordt weergegeven in Figuur 8 in en in Tabel 6. Over een periode van bijna 4 jaar hebben ongeveer 1,3 miljoen consultaties plaats gevonden. Het aantal consultaties neemt toe in de tijd, nl. van circa 160.000 in 2011 (periode van 8 maanden), over 320.000 in 2012, 375.000 in 2013 tot 450.000 in 2014 (Tabel 6).

Alhoewel de terugbetaling in principe beperkt is tot personen tussen 45 en 75 jaar, worden er ook data geregistreerd voor personen die jonger of ouder zijn (zie grijs gearceerde zones in Figuur 8), nl. over een periode van 4 jaar kregen ongeveer 50 personen jonger dan 45 jaar en 1.500 personen ouder dan 75 jaar een preventieve gezondheidscheck-up bij hun huisarts. In alle verdere analyses worden enkel de gegevens gebruikt van de doelgroep (45-75 jaar). Indien we het aantal consultaties uitdrukken per 100.000 inwoners van diezelfde leeftijdsgroep, zien we een duidelijke toename met de leeftijd in de drie gewesten (Tabel 6). De cijfers worden op deze manier uitgedrukt om de leeftijdsstructuur in acht te nemen, waardoor een correcte vergelijking tussen de drie gewesten mogelijk wordt.

Bron: RIZIV. 2011: gegevens vanaf 1/04/2011; 2012-2014: gegevens van 12 maanden

 

Bron: RIZIV. 2011: gegevens vanaf 1/04/2011; 2012-2014: gegevens van 12 maanden

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nam het aantal consultaties toe bij de 45-54 jarigen van 1,4 tot 4,1; terwijl dit bij de 55-64 jarigen steeg van 2 tot 6,2 en bij de 65-75 jarige Brusselaars van 2,4 tot 7,4. De cijfers in Wallonië zijn heel erg gelijkaardig. In Vlaanderen zien we een gelijkaardige toename over de tijd en naargelang leeftijdsgroep..

Preventieve gezondheidscheck-up: mannen vs. vrouwen

Het aantal preventieve gezondheidscheck-ups - zowel in absoluut aantal, als uitgedrukt per % van de bevolking, ligt iets hoger bij vrouwen dan bij mannen (Figuur 9). Dit is consistent doorheen de tijd.

Bron: RIZIV. 2011: gegevens vanaf 1/04/2011; 2012-2014: gegevens van 12 maanden

Preventieve gezondheidscheck-up: vergelijking tussen gewesten

Het aantal preventieve gezondheidscheck-ups per gewest wordt weergegeven in Figuur 10, zowel in absolute aantallen als uitgedrukt in % van de bevolking. Relatief gezien, werden er meer gezondheidscheck-ups uitgevoerd in Vlaanderen in vergelijking met Wallonië of het Brussels hoofdstedelijk gewest, nl. in 2014 onderging ongeveer 14% van de bevolkingsgroep tussen 45 en 75 jaar in Vlaanderen een check-up, tegenover 6,5% in Wallonië en 5,5% in het Brussels hoofdstedelijk gewest. Uit tabel 6 kunnen we afleiden dat dit verschillend gebruik opgaat voor de drie leeftijdsgroepen.

Bron: RIZIV. 2011: gegevens vanaf 1/04/2011; 2012-2014: gegevens van 12 maanden

Preventieve gezondheidscheck-up: impact

Deze preventieve gezondheidscheck-ups, en een preventiebeleid in het algemeen zouden moeten leiden tot een betere algemene gezondheid en minder sterftegevallen ten gevolge van kanker. In de toekomst kunnen we bekijken of dergelijke beleidsmaatregelen een invloed hebben gehad op de mortaliteit. Verder in dit rapport gaan we in op de evolutie van de ‘Cancer Burden’ in België. Hier geven we alvast mee dat het WIV-ISP, een mandaat gekregen heeft van de Vlaamse en Franstalige gemeenschap om een software applicatie te ontwikkelen die het analyseren van vitale statistieken (populatie, geboorte en sterfte) voor België vergemakkelijkt. Deze software werd SPMA (Standardized Procedures for Mortality Analysis) gedoopt en is vrij beschikbaar. Tabel 7 is een voorbeeld van zo’n analyse door SPMA, en geeft alvast een overzicht van het aantal sterfgevallen voor die leeftijdscategorieën waarvoor een preventieve gezondheidscheck-up werd gefinancierd.

Bron gegevens: ADSEI; interactieve weergave WIV-ISP (SPMA)

Opleiding van artsen inzake het voorkomen van gezondheidsrisico’s

De e-learning module rond de aanpak van overgewicht en obesitas werd ontwikkeld door vzw Eetexpert. Sinds september 2014, is deze e-learning module beschikbaar aangeboden via het leerplatform Dokeos en is terug te vinden in de e-learning bibliotheek van het Riziv.

De e-learning is in eerste instantie gericht op huisartsen, maar is ook toegankelijk voor andere artsen en kinesisten via hun RIZIV-nummer. Voor geïnteresseerde hulpverleners uit andere disciplines is er op dit moment de mogelijkheid om na registratie op bovenstaande website de e-learning te kunnen volgen, maar zonder accreditatie. De Nederlandstalige module is terug te vinden als “Overgewicht en obesitas”. Er is ook een Franstalige versie van deze module ontwikkeld: “ Surpoids et obésité”.

Deze e-learning module heeft verschillende leerdoelen:

  • De aanpak van overgewicht en obesitas bij volwassenen in de eerste lijn verbeteren, door grondige identificatie, diagnosestelling, risicostratificatie en behandeling op maat in plaats van het standaard advies “eet minder, beweeg meer”. - De focus op gewicht veranderen naar een focus op leefstijl bij de aanpak van overgewicht en obesitas.
  • Het kunnen herkennen van de signalen van eetproblemen en eetstoornissen en het kunnen gebruik maken van korte screeningsinstrumenten om eetstoornissen te detecteren.
  • Kennismaken met de ruimere EOSS stadiëring naast BMI als inschatting van ernst en deze kunnen toepassen.
  • Het kunnen toepassen van de beschikbare handvatten om motivationeel te werken bij de aanpak van overgewicht en obesitas.
  • Het kunnen inschatten van de meerwaarde van andere disciplines bij de aanpak van overgewicht en obesitas en waar aangewezen multidisciplinair werken.

Uit gegevens van het Riziv blijkt dat het gebruik van deze cursus in 2015, bijna 25% hoger ligt dan voor andere cursussen (die al in 2014 gestart zijn). Er werden een 400-tal cursisten geregistreerd voor deze obesitas module, in vergelijking met 300 cursisten voor andere topics op jaarbasis. Het aantal accreditaties voor obesitas (40% van de starters) ligt tussenin, bij de andere cursussen is dat 35%, 46% en 53%. Er zou verder moeten onderzoek worden wat de effecten van deze e-learning module zijn: hoe vaak artsen deze nieuwe inzichten toepassen en wat de ervaringen van patiënten hiermee zijn.

Mots-clés: 
Gezondheidspromotie