Uitbreiding van de leeftijdsgroep voor de inenting tegen het papillomavirus tot meisjes van 12 tot 18 jaar (in plaats van 12 tot 15 jaar)

Maatregel 1 : De terugbetaling van het anti-HPV vaccin tot 18 jaar uitbreiden
Maatregel 2 : Campagne om meisjes van 12 jaar tegen het papillomavirus te vaccineren

Analysis:

Uitbreiding van de terugbetaling van het anti-HPV vaccin

HPV vaccinatie georganiseerd door de Gemeenschappen

Surveillance van HPV vaccinatie effecten

Toekomst plannen

Uitbreiding van de terugbetaling van het anti-HPV vaccin

Het HPV vaccin is te verkrijgen in Belgische apotheken sinds November 2006. Sinds November 2007 wordt het HPV vaccin partieel terugbetaald door het RIZIV, aanvankelijk voor meisjes van 12 tot 15 en vervolgens (vanaf november 2008) als gevolg van actie 3 van het Kankerplan, voor meisjes van 12 tot 18 jaar (Simoens et al., 2009; Arbyn, 2010). Oorspronkelijk werd alleen het quadrivalent vaccin terugbetaald maar vanaf november 2007 is dit ook het geval voor het bivalente vaccin. Kort na de invoering van de terugbetaling steeg het aantal verkochte dossisen spectaculair tot meer dan 50 000 per maand (januari 2008). Nadien daalde de consumptie van het vaccin progressief met de tijd tot 3000 à 4000 dossisen per maand sinds 2014. In 2014 werd 74% van de verkochte HPV vaccins partieel terugbetaald. Het aandeel van het bivalent vaccin in het totaal aantal verkochte HPV vaccins nam toe in de tijd (34% in 2014).

Er is een persoonlijke bijdrage van ongeveer 12€ per dosis (of 8 € voor sociaal zwakkere categorieën), terwijl de rest van de kost van het vaccin (ongeveer 110€/dosis) door de ziekteverzekering word gedragen. Figuur 11 bevat informatie over het maandelijks aantal verkochte en terugbetaalde dosissen van beide types van het HPV vaccin tussen 2006 en 2015. Dat zijn afkomstig van RIZIV/Farmanet (terugbetalingen) en IMS (International Marketing System, aantal verkochte dosissen).

Een schatting van de dekkingsgraad door deze opportunistische (terugbetaalde) vaccinatie tussen November 2007 en Mei 2012 kan gemaakt worden op basis van een dataset van individueel gepseudonymiseerde RIZIV gegevens (Arbyn, 2012). De dekkingsgraad voor drie dosissen varieerde per geboortecohorte (C) en daalde van 50% voor C1992, 46% voor C1993 tot 37% voor C1994 (Arbyn, 2012). De geografische variatie van de cumulatieve HPV vaccinatie graad wordt getoond in figuur 12 voor meisjes geboren in 1992. Deze varieerde tussen 34% (Aarlen) en 78% (Marche en Famenne) en was gemiddeld 61% voor België, 65% voor het Vlaams Gewest, 60% voor het Waals Gewest, en maar 43% voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Helaas kon de dekkingsgraad na mei 2012 niet meer geëvalueerd worden aan de hand van Farmanet/RIZIV data  wegens wijzigingen in het datacodering.

HPV vaccinatie georganiseerd door de Gemeenschappen

Gratis HPV vaccinatie (3 dosissen van het quadrivalent vaccin) werd georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap vanaf het schooljaar 2010-11 voor meisjes van het eerste middelbaar of geboren in 1998. De dekking voor de drie dosissen bedroeg 81% en 79%, respectievelijk voor de schooljaren 2010-11 en 2011-12 (Top & Paeps, 2015). De meeste vaccins werden toegediend door de CLB’s (93% in 20010-11 en 97% in 2011-12). De rest werd toegediend door de huisarts of pediator. In 2011-12 startte de Franse en Duitstalige Gemeenschap eveneens een gratis georganiseerde HPV vaccinatie (3 dosissen van het bivalent vaccin) voor meisjes van het tweede middelbaar of van 13 jaar. De dekkingsgraad voor 3 dosissen werd geschat op 29% voor het schooljaar 2012-13 (Vermeeren et al., 2014). In 2014, werd in beide gemeenschappen overgeschakeld naar een twee-dosis schema met het bivalente vaccin (Arbyn et al., 2016).

Surveillance van HPV vaccinatie effecten

In 2010-2014 werd de SEHIB studie uitgevoerd die als doel had de prevalentie van HPV en geassocieerde cervicale letsels te meten bij aanvang van HPV vaccinatie in België alsook het eerste effect van vaccinatie bij jonge vrouwen (18-29 jaar) te schatten. De SEHIB studie includeerde residueel materiaal van 6000 continue cervix screeningstalen aangerijkd met 650 pathologische stalen uit vier perifere en vier universitaire Belgische laboratoria voor cytopathologie in de periode 2010-2014. Voor de stalen afgenomen in de universitaire centra werd tevens de HPV vaccinatie-status en ook biopten opgevraagd. HPV vaccinatie bood significante bescherming tegen HPV16 (vaccin effectiviteit: 67%, 95% CI: 48–79%) en HPV18 (67%, 95% CI: 48–79%) infectie bij vrouwen jonger dan 30 jaar. HPV vaccinatie beschermde tevens tegen cytologische en histologische letsels. Het absoluut risico verschil (prevalentie bij niet gevaccineerde vrouwen - prevalentie bij gevaccineerde vrouwen) was 1.6% (95% CI: 2.6% tot 0.7%), 0.3% (95% CI 0.6% tot 0.1%) voor respectievelijk milde en ernstige cervicale dysplasie. Bescherming tegen HPV16 en HPV18 infectie was significant in alle leeftijdsgroepen onder de 30 jaar. Maar geen bescherming tegen cytologische letsels te wijten aan HPV16/18 kon worden aangetoond in de groep 25-29 jaar. Meer gedetailleerde resultaten zijn te vinden in een recente publicatie (Arbyn et al, 2016). De SEHIB studie toont aan dat HPV genotypering van cytologische stalen van jonge vrouwen die deelnemen aan baarmoederhalskankerscreening kunnen aangewend worden voor de surveillance van de impact van HPV vaccinatie. De protectie geboden door het HPV vaccin geobserveerd bij vrouwen onder de 30 jaar in België was vergelijkbaar met de effecten in de ITT analyse van gerandomiseerde studies. De geringe of afwezige effectiviteit bij vrouwen van 25-29 jaar is te verklaren door het feit dat minstens een deel van deze vrouwen reeds geïnfecteerd was met de HPV vaccin types voor vaccinatie. In de toekomst zullen proportioneel meer vrouwen de screeningsleeftijd bereiken die gevaccineerd waren voor blootstelling aan HPV. Men mag verwachten dat de protectiecijfers dan evolueren naar de per-protocol observaties van de gerandomiseerde studies (Arbyn et al., 2015).

Toekomst plannen

Gezien in de nabije toekomst jonge vrouwen, die gevaccineerd zijn tegen HPV, de doelleeftijd voor screening zullen bereiken, is het eveneens nodig dat ook HPV vaccinatiegegevens worden verzameld.

Het Kankercentrum heeft in samenwerking met het Nationaal Referentie Centrum voor HPV een plan voor surveillance van effecten van HPV vaccinatie uitgewerkt. Dit voorziet collectie van gearchiveerd residueel cellulair materiaal van uitstrijkjes van vrouwen van 30 jaar en jonger die recentelijk deel hebben genomen aan baarmoederhalskankerscreening. Dit materiaal zal getest worden met een gevalideerde HPV genotyperingstest. Vervolgens zullen de data gelinkt worden aan HPV vaccinatiegegevens. Met de resultaten kan men de vraag beantwoorden of de prevalentie van infecties met vaccin HPV types en eventueel ook andere HPV types alsook van cervixletsels lager is dan bij niet-gevaccineerde vrouwen. Het surveillance plan houdt ook in dat biopten van patiënten met cervixkanker en andere- HPV-gerelateerde tumoren zullen worden verzameld voor HPV genotypering. Het voorkomen van HPV-negatieve cervixkanker zal worden gemonitord. Deze HPV-negatieve kankers zullen worden geverifieerd met meerdere HPV testen, waaronder ook NGS (next generation sequencing) die verschillende virale genen detecteren.

Start date: 
Wednesday, January 4, 2017
Mots-clés: 
Vaccinatie